ESG als strategisch en financieel kompas bij Joris Ide

De afgelopen tien jaar is duurzaamheid uitgegroeid tot een van de kernwaarden bij bouwmaterialenproducent Joris Ide. Wat begon als een beperkte rapportering van energieverbruik, is vandaag uitgegroeid tot een strategisch kader dat diep ingrijpt op investeringsbeslissingen, aankoopbeleid en operationele kostenstructuren. Met het Planet Passionate-programma geeft Joris Ide vorm aan zijn ecologische ambities, terwijl het management waakt over financiële haalbaarheid en concurrentiekracht.

Bij Joris Ide groeide duurzaamheid uit tot een volwaardige managementdiscipline, met duidelijke doelstellingen, meetmethodes en opvolging. Achter dat traject staat onder meer Laurence Stalmans. Ze is bio-ingenieur van opleiding en verantwoordelijk voor het milieuluik van de duurzaamheidsstrategie. “Toen ik startte, in 2019, lag de focus hoofdzakelijk op de rapportering van ons energieverbruik”, blikt ze terug. “Maar aangezien de relevantie ervan almaar groeide, is het ecologische aspect van duurzaamheid een belangrijker deel van mijn job gaan uitmaken.”

“EPD’s tonen de milieu-impact van onze producten doorheen hun volledige levenscyclus”

Laurence Stalmans, Divisional Sustainability Manager bij Joris Ide

Levenscyclus als vertrekpunt

De kern van het duurzaamheidsbeleid ligt in een doorgedreven analyse van de milieu-impact van verschillende producten: dak- en wandplaten, sandwichpanelen, structuren en profielen, metalstuds en meer. Environmental Product Declarations (EPD’s) spelen daarbij een centrale rol. “Wij zien EPD’s als een enorm waardevol document, omdat ze de milieu-impact van onze producten tonen doorheen hun volledige levenscyclus”, zegt Laurence Stalmans. Die inzichten verschuiven de focus van wat er op de productievloer gebeurt naar de bredere waardeketen: van grondstofwinning en aankoop, over productie en transport. Enkel de gebruiksfase telt niet mee in de EPD’s.

De aankoop van staal vertegenwoordigt een heel groot deel van de ecologische voetafdruk van Joris Ide. Transport vormt geen afzonderlijke prioriteit in de ESG-aanpak. “Die keuze komt voort uit onze materialiteitsanalyses”, aldus Laurence Stalmans. “Met meer dan twintig productiesites verspreid over Europa, zijn we dicht bij de klant aanwezig. Onze transportafstanden zijn dus relatief beperkt en wegen minder zwaar door in onze totale voetafdruk.” Het bedrijf focust daarom op de grootste hefbomen, zoals grondstoffen en energieverbruik.

“We gaan met leveranciers in overleg over low-carbon producten, maar ook over de bewijsvoering daarvan”

Zelden een eenvoudige keuze

De focus op Scope 3 plaatst het aankoopbeleid in het hart van de ESG-strategie. In de praktijk betekent dat intens overleg met leveranciers, waarbij aankoopteams niet alleen de prijs en kwaliteit, maar ook de CO2-impact mee afwegen. Daarbij is er aandacht voor de bewijsvoering voor de lage CO2-uitstoot. EPD’s vormen de basis voor vergelijkingen, en daarnaast voert Joris Ide zelf levenscyclusanalyses uit om verschillende scenario’s financieel en ecologisch door te rekenen. “Wat is de impact op productniveau als we staal van leverancier A vervangen door dat van leverancier B? Wat betekent het voor onze ecologische voetafdruk – en indirect voor toekomstige regelgeving of klantverwachtingen – als we staal uit Azië aankopen?”

Die analyses tonen dat duurzaamheid zelden een eenvoudige keuze is. “Alles komt uiteindelijk neer op de prijs”, erkent Laurence Stalmans. “Zelfs al komen materialen van heel ver, is de prijszetting soms gewoon anders.” Voor finance is het een herkenbaar spanningsveld: het meest duurzame alternatief is niet altijd het meest competitieve. Pragmatisme is dus essentieel: “Duurzaamheid moet ook realistisch zijn. Als ieder bedrijf enkele procenten vooruitgang boekt, staan we collectief sterker dan wanneer enkel een paar bedrijven heel ambitieus zijn.” Die visie vertaalt zich in een stapsgewijze aanpak, waarbij Joris Ide de verbeteringen doorvoert die de grootste impact hebben tegen een aanvaardbare kost.

Strategisch investeren

Het Planet Passionate-programma, gelanceerd in 2020, rust op vier pijlers: energie, CO2-uitstoot, circulariteit en water. Vooral het energieluik illustreert hoe sterk duurzaamheid en finance met elkaar verweven zijn. Joris Ide investeert zwaar in on-site energieopwekking, hernieuwbare energie en de elektrificatie van productieprocessen. Eind 2025 installeerde het bedrijf bijna 24.000 zonnepanelen over alle sites heen, goed voor meer dan 9.000 kilowattpiek. Tegen 2030 wil het bedrijf 60 procent van zijn energieverbruik uit hernieuwbare bronnen halen. Vandaag zit dat cijfer al rond 40 procent.

De transitie vergt aanzienlijke investeringen. “Het vervangen van aardgas door hernieuwbare elektriciteit is een grote omschakeling. Je hebt een significante CAPEX-investering nodig, maar ook een structureel hogere OPEX.” Het verschil tussen de kostprijs van gas en hernieuwbare elektriciteit blijft aanzienlijk. “We spreken over meer dan een miljoen euro per jaar”, aldus Laurence Stalmans.

Voor CFO’s klinkt het vast als een klassiek dilemma: investeren in duurzaamheid betekent hogere vaste kosten op korte termijn, in ruil voor lagere risico’s en meer voorspelbaarheid op lange termijn. Joris Ide bekijkt investeringen als zonnepanelen dan ook niet louter vanuit een financieel perspectief, maar ook vanuit strategisch oogpunt. Door productieprocessen af te stemmen op momenten van hoge eigen opwekking, maximaliseert het bedrijf de autoconsumptie en beperkt het de blootstelling aan volatiele energieprijzen.

“Zonnepanelen zien we niet alleen als een financieel project, maar ook als een strategische investering in energiezekerheid”

Bijna 24.000 zonnepanelen, goed voor meer dan 9.000 kilowattpiek

Scope 3 en circulariteit

De reductie van CO2-emissies gaat gepaard met een uitgesproken focus op Scope 3-emissies. “Een groot deel van onze totale carbon impact komt van de goederen en diensten die we aankopen”, benadrukt Laurence Stalmans opnieuw. Daarom koppelt Joris Ide emissiereductiedoelstellingen aan targets rond het gebruik van gerecycleerd materiaal. Dat is een uitdaging, zeker omdat de recyclage van veel verschillende materialen nog geen standaardpraktijk is. Het bedrijf heeft zichzelf als doel gesteld om geen enkel productieafval meer te storten. Dat vereist samenwerking met leveranciers, logistieke optimalisatie en contractuele afspraken. Eind 2025 lag de totale reductie op 45 procent.

In Nederland lanceerde Joris Ide een eerste take-back-programma onder de naam Joris Ide Next Circle. “Daarbij garanderen we klanten dat we de bouwpanelen terugnemen bij het einde van de levensduur en duurzaam verwerken.” Zulke initiatieven vergen niet alleen operationele voorbereiding, maar ook financiële inschattingen rond logistiek, verwerking en schaalbaarheid. Bij het inschatten van de milieu-impact aan het einde van de levensduur hanteert de producent bewust een voorzichtige aanpak. Zolang er geen volledige zekerheid is over wat er met materialen gebeurt na gebruik, vertrekt het bedrijf in zijn berekeningen van algemene, vaak conservatieve scenario’s. “We gaan altijd uit van een worstcasescenario om er zo zeker van te zijn dat we de werkelijke impact nooit onderschatten”, verduidelijkt Laurence Stalmans.

Circulariteit beperkt zich niet tot materiaalkeuzes of recyclagepercentages, maar is ook het voorwerp van een logistieke optimalisatie. Bij de samenwerking met Europese leveranciers kijkt de producent expliciet naar hoe afvalstromen opnieuw in de keten terecht kunnen komen, zonder bijkomende transportimpact. “Bepaalde producten, zoals rotswol, komen normaal gezien niet in aanmerking voor recyclage. Maar onze leveranciers zetten ze wel eenvoudig opnieuw in hun productieproces in. Die terugname gebeurt niet via aparte transporten, maar is gekoppeld aan bestaande leveringen. Zo is er nooit een leeg transport.” Leveranciers leveren nieuwe grondstoffen aan en nemen op de terugweg productieafval mee.

Water en People Passionate

De vierde pijler, water, heeft een beperktere financiële impact. Toch past die binnen het bredere risicobeheer. De productie van bouwmaterialen is niet waterintensief, maar Joris Ide investeert wel in regenwaterrecuperatie voor sanitaire toepassingen, goed voor miljoenen liters per jaar. Naast Planet Passionate loopt ook het People Passionate-programma, dat focust op het sociale luik van ESG. Hoewel Laurence Stalmans daar niet rechtstreeks verantwoordelijk voor is, benadrukt ze het belang van menselijk kapitaal, veiligheid, opleiding en betrokkenheid. Daarrond volgt het bedrijf bepaalde indicatoren intern op, al zijn die niet extern gekwantificeerd via klassieke KPI’s.

“We gaan altijd uit van een worstcasescenario”

Meten om te sturen

Een ESG-strategie zonder robuuste data blijft vrijblijvend. Daarom investeerde Joris Ide sterk in rapportering. “We rapporteren maandelijks over energie, afvalstromen, water en CO2-impact voor meer dan twintig sites”, zegt Laurence Stalmans. Elke afvalstroom documenteren we met bewijs van verwerking, en elke energiestroom krijgt een carbonwaarde toegekend.” Opvallend: de rapportering zit niet exclusief bij finance. Het duurzaamheidsteam beheert het systeem, maar werkt nauw samen met lokale teams, waaronder finance, productie en transport. “Zonder die samenwerking vaar je blind.”

Nationale verschillen in interpretaties van de Europese regelgeving en rapporteringsvereisten bemoeilijken vergelijkbaarheid en verhogen de nood aan consistente methodes en transparantie. Voor bedrijven als Joris Ide betekent dat: duurzaamheid, finance en strategie structureel op elkaar afstemmen. “Een Environmental Product Declaration die op Europees niveau correct is opgesteld, moet in landen zoals Frankrijk alsnog aan bijkomende vereisten voldoen. Daarvoor zijn er andere berekeningsmethodes nodig. Het betekent dat resultaten soms per markt verschillen, ondanks dat het over exact dezelfde producten gaat.”

Duurzaamheid stopt nooit. “Ook na 2030 zullen we ambitieuze plannen blijven opstellen”, besluit Laurence Stalmans. “Het is geen project met een einddatum, maar een traject waarin je voortdurend bijstuurt.” Precies daarin ligt de strategische waarde van ESG: niet als kostenpost, maar als kompas voor langetermijnbeslissingen in een almaar complexere economische en regelgevende omgeving.

Redactie: Felix Ferret